Erop en erover!

Alsof ze het in Keulen hoorden donderen, zo keken onlangs een paar vrouwen bij mijn man Johan en mij in onze wielerzaak cycleXperience. We zaten met een groep wielerfanaten in de koffiehoek, deels mannen en deels vrouwen. Een paar van de heren zaten op hun praatstoel en tijdens hun (sterke) verhalen was het wielerjargon niet van de lucht.

De ene uitdrukking na de andere was te horen. Van snot voor de ogen tot strijkijzer. Van op de kant en pap in de benen tot wieltjeszuiger. Het wielrennen is een rijke taal als het om jargon gaat. Voor elke situatie zijn er wel meerdere wielertermen. Een taal die de meeste fietsende vrouwen zich duidelijk nog eigen moeten maken. Ik wil van mijn column geen wielerwoordenboek maken, daarvoor kom ik ruimte te kort, maar wie een beetje googled komt al snel uit bij een overzicht met duidelijke omschrijvingen.400400p6709ednmain5072compact-blog-1

De dames waren overigens gekomen met de vraag of ze ‘een compact of een triple’ moesten hebben. Tijdens hun wekelijkse toertocht had iemand gezegd dat ‘die dubbel met 53-12’ niks voor hen was. Beide vrouwen hadden via via vorig jaar een fiets op de kop getikt. Wielrennen leek hen leuk en met de aankoop van hun eerste fiets, was het begin gemaakt.

Inmiddels fietsen ze wekelijks en maken ze steeds langere (en meerdere) tochten. Het wielervirus heeft zijn werk gedaan. Gevolg: de fietsen voldoen niet meer aan alle wensen en eisen. Zo kwam ook het verzet ter sprake in het bijzijn van een paar mannelijke kilometervreters, gepokt en gemazeld op diverse terreinen, van polder tot hooggebergte

Wat adviseer je ons, een compact of een triple, zo luidde de vraag. Ik had al snel door dat ze van de technische termen ‘compact’ en ‘triple’ wel de klok hadden horen luiden, maar waar de klepel hangt…

Tijd voor een technisch praatje voor beginners dus. De ervaren fietsers, met voorop natuurlijk de profs, hebben voor een tweetal kettingbladen, oftewel de dubbel. Het grootste blad telt dan meestal 53 tandjes en het kleinste vaak 39. Bij het achterwiel loopt dat van het kleinste met plusminus 11 tandjes tot het grootste met plusminus 25. Stel dat je de ketting voor op het grootste blad hebt liggen en achter op het blad met 12 tandjes, dan rijd je ’53-12’.

Voor wielrenners, mannelijk en vrouwelijk, met minder kracht in de benen (en uithoudingsvermogen) was er altijd de triple 3 bladen voor. Bijvoorbeeld 52, 42 en 32 tandjes.  Maar de techniek staat niet stil en tegenwoordig hebben we de compact ( dus 2 voorbladen 34/50) in combinatie met 11 tandjes achter. Een extra lange kooi van de achter derailleur maakt dat je een cassette kan monteren die 32 tandjes als lichtste verzet telt .

Nu heb je zoveel -combinatiemogelijkheden, dat zelfs voor een zware berg een geschikt verzet altijd tot de smaken behoort.

Zo… de technische termen dubbel, triple, compact, 10 en 11 speed  zijn bij deze dus nu ook voor ons dames gesneden koek. Geen man die ons daarmee nog in verlegenheid brengt. Wil je nog meer te weten komen, kom dan naar de sleutelworkshop die Johan en ik samen met NTFU organiseren dan leggen we het nog eens rustig uit. Plaats van handeling is het Merida Experience Center in Apeldoorn op dinsdag 1 november vanaf 19.00 uur. Via de site van NTFU kun je je opgeven.

Langzaam maar zeker maken wij ons op deze wijzen alles eigen, van het complete jargon tot alle technische snufjes en handigheden. De voorsprong van het mannenpeloton wordt kleiner en kleiner. Ik moedig alle dames dan ook aan om de komende tijd gewoon nog een paar tandjes extra te schakelen en dan: erop en  erover!

Met sportieve groeten,
Daphny van den Brand